Wat ik ervan vind…

Tegen-column

okt
27

Laatst na het sporten bij Tripod Training zag ik het nieuwste magazine van TIBO. De onderste aankondiging op de voorpagina triggerde mij en dus even zitten bladeren, tot ik bijna aan het einde het betreffende stuk zag; een column getiteld “De Ossenaar bestaat niet meer”. Geïrriteerd als ik was, want ik vind mij zelf nl. best wel een Ossenaar ook al is het dan import, het hele stuk dus maar eens gelezen.

Ik was na het lezen dus best wel teleurgesteld, ernstig zelfs. In de schrijver, omdat die niet heeft geprobeerd een positief stuk over het ‘nieuwe’ Oss te schrijven, maar alleen terugkijkt naar hoe het was en wat we kwijt zijn geraakt. Maar ook in Tibo, dat men een dergelijk negatief stuk plaatst in haar magazine. Tibo staat voor Toekomst in bedrijven Oss, dan ga je toch (dat hoop ik althans) van het positieve uit en kijk je hoe we met elkaar een mooier en beter ondernemersklimaat scheppen, maar ook een mooier en beter woon-werk-leef klimaat überhaupt in Oss willen bewerkstelligen?

Verder las ik dat “Donker Oss nog levend wordt gehouden door musicals, een opknapbeurt van de grafsteen van de destijds vermoorde wachtmeester Hoekman of een fusie tussen Unox en Zwanenberg”. Volgens de schrijver zijn Oss en de Ossenaar na 1994 definitief geschiedenis. Dan rijst bij mij de vraag waarom de schrijver zich Oss wil herinneren als ‘donker Oss’, in plaats van het te promoten als lichtpunt in de regio. Waarom is Oss en de Ossenaar definitief geschiedenis?

Ik ben met mijn gezin in Oss komen wonen in 1997 en toen begon voor ons pas de toekomstige geschiedenis van Oss. Toekomstige geschiedenis? Ja, vooruit kijken heet dat, bouwen aan je toekomst, schouders er onder en er wat moois van maken. Zodat je later met trots kunt terug kijken wat je gecreëerd hebt, aan mee hebt gewerkt en hebt helpen opbouwen. Wij kenden Oss niet van vroeger, behalve dan dat ik er als klein kind vaak logeren kwam bij een oom en tante. Ik heb alleen altijd begrepen dat je ogen niet voor niks aan de voorkant van je hoofd zitten; om vooruit te kijken namelijk, niet de hele tijd achterom.

Okay, toen wij hier arriveerden omdat we besloten hadden ons in het Brabantse te settelen, verdween Philips Lighting en daarmee veel werkgelegenheid, werd Organon verpatst aan de Amerikanen en liep daarna snel leeg, tapijt werd al lang niet meer gemaakt en het had een centrum waar een foeilelijk V&D pand stond (en nog staat, eventjes dan).

Toch kwamen wij ook in een Oss te wonen waar werd uitgebreid, door Heesen Shipyards bijvoorbeeld, wat weer meer werkgelegenheid met zich meebracht. Waar er een kenniscentrum kwam voor biologische medicijnen op het oude MSD-terrein. En waar ons gemeentebestuur recent nog ‘ballen’ heeft getoond om een mestfabriek te weren en het centrum een boost te geven door datzelfde foeilelijke V&D pand te gaan slopen en er iets moois voor terug te plaatsen. Best knap toch voor een Os(s), om ballen te hebben?

En wat te denken van de cultuurstad Oss, ik ben nog steeds ieder jaar weer prettig verrast als ik zie wat er allemaal hier georganiseerd wordt. Waar ik mij van vroeger alleen maar Ted de Braak in de Lievekamp te Oss kan herinneren, is het centrum tegenwoordig zo’n beetje het hele jaar door een bruisend, feestelijk, muzikaal, en cultureel gebeuren.

Ook noemt de schrijver Oss een smeltkroes omdat dorpen als Ravenstein, Lith, Berghem, etc etc bij Oss gevoegd zijn. Ik denk dat dit niet zoveel uitmaakt, dat zij op papier bij de gemeente Oss horen. Dat is meer voor het efficiency gebeuren enzo. De kernen om Oss heen behouden heus wel hun identiteit, daar zorgen zij zelf wel voor. Net als dat de Ossenaren dat trouwens zelf ook zullen doen.

Aan het eind van mijn tegen-column even terug naar het begin van het stuk; daar roemt de schrijver de identiteit van Oss van voor 1994; een fabrieksstadje op de rand van klei en zand, waar messentrekkers wonen die in de fabriek worst maken, tapijt en de pil; een SP bolwerk dat zich de pis niet lauw liet maken.

Het is maar waar je bij wilt horen denk ik dan; bij een SP bolwerk vol messentrekkers die in een fabriek onder soms barre omstandigheden worst en tapijt maken; of bij een smeltkroes van creativiteit, cultuur en vooruitgang. Ik heb gekozen voor dat laatste. En sinds 1997 is er dus een nieuw soort geschiedenis in Oss aan het ontstaan. Voor mij althans en ik hoop voor velen met mij.

Hans Belt, een trotse Ossenaar (since 1997)